In Vlaanderen zijn enorm veel fietsroutes bewegwijzerd om recreatief te fietsen. Om nog meer tegemoet te komen aan de recreatieve fietser is in Vlaanderen het fietsknooppuntennetwerk ontwikkeld. Op het internet is hierover heel wat info te vinden. Het houdt in dat overal bordjes geplaatst zijn met nummers op. Deze leiden je langs mooie wegen en weggetjes met de fiets van het ene knooppunt naar het andere. Een knooppunt is een punt vanwaar meerdere wegen naar andere knooppunten vertrekken. Elk knooppunt heeft een nummer en bordjes met het nummer op en de richting geven de weg naar een ander knooppunt. Er zijn fietsknooppuntennetwerk-kaarten ontwikkeld. Deze (tenminste de kaarten van de streek waar je je bevindt) zijn verkrijgbaar bij de toeristische infodiensten of bij bijvoorbeeld Standaard Boekhandel. Het volledige gamma vind je vaak bij reisboekhandels. De afstanden tussen de knooppunten zijn er ook op aangegeven zodat je weet hoe lang je uitgestippelde fietstocht is. Er zijn een aantal problemen met het systeem. Ten eerste is het nog niet volledig ontwikkeld. Er komen regelmatig nieuwe fietsbruggen of -paden bij. Op de kaarten staan soms fietspaden die er nog niet zijn, of als je een oude versie hebt is het knooppuntensysteem intussen al veranderd en kloppen de nummers niet altijd meer. Ook zijn er op sommige plaatsen heel wat bordjes verdwenen door vandalen of door landbouwers. Soms zijn er werken waardoor er geen doorgang is. Zorg er dus voor dat je naast een lijstje met alle knooppunten op die je aandoet ook de kaarten (en eventueel nog andere kaarten) bijhebt. Voorzie dus ook extra tijd want de tocht kan dus langer duren dan voorzien.
Een ander nadeel is dat het in Vlaanderen op sommige plaatsen echt een woud van bordjes is en echt aangenaam is dat toch niet, hoewel ik het toch spijtig zou vinden als men daarom bijvoorbeeld de bewegwijzering voor de uitgestippelde fietsroutes zou weghalen. Een laatste belangrijk punt is de ondergrond van de weg. Voor mij maakt die niet uit: ik fiets graag op niet-geasfalteerde wegen, maar sommige mensen willen alleen op asfalt fietsen. Ook dat staat aangegeven op de kaarten. Wegen waar ik wel problemen mee heb, maar gelukkig zijn dat er niet al te veel, zijn wegen bestaande uit veel grote steenbrokken, wegen van kiezelsteentjes (hiermee bedoel ik dan wel een dikke laag waarin je wegslipt) en zandwegen (waarmee ik geen aardewegen bedoel, maar wegen waarop je wegslipt of wegzinkt in het zand, ook soms een probleem wanneer aardewegen kapotgelopen zijn door paarden). Er kunnen ook lange afstanden afgelegd worden langs de knooppunten hoewel je er rekening mee moet houden dat de knooppunten je soms een serieuze omweg laten maken. Voor lange afstanden zijn de jaagpaden langs de rivieren en kanalen en de fietspaden in de oude spoorwegbeddingen erg aangewezen.
Het fietsknooppuntennetwerk is af in de provincies West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg (met uitzondering van de Voerstreek). Voor West-Vlaanderen is er een fietsbox met zeven kaarten. De kaarten overlappen elkaar echter wel vaak. De box bevat ook de kaart Leiestreek Oost die eigenlijk bij Oost-Vlaanderen hoort. Voor de provincie Antwerpen is er een box met vier kaarten. De provincie Limburg heeft één kaart die de hele provincie dekt, met uitzondering van de Voerstreek waarvoor er nog geen afgewerkt fietsknooppuntennetwerk is. Voor Oost-Vlaanderen zijn er de kaarten Vlaamse Ardennen, Leiestreek Oost en Meetjesland. Vanaf 1 juli 2008 zijn de kaarten beschikbaar voor het Scheldeland en het Waasland. Er zijn een aantal aanpassingen bij de aansluiting met de kaart 4 van de provincie Antwerpen (Scheldeland Antwerpen). Meer info vind je hier. In Vlaams-Brabant is er een netwerk in het Hageland. Sinds voorjaar 2008 is dit ook af. Er was vóór april 2008 al een andere kaart uitgebracht, maar deze is nu niet meer echt bruikbaar aangezien het netwerk Hageland nog is uitgebreid. Voor het Dijleland was er al een oud netwerk. Momenteel wordt het netwerk geïntegreerd in het fietsknooppuntennetwerk Dijleland. De kaart voor dat netwerk wordt ook op 1 juli 2008 gepubliceerd. Het oude netwerk vind ik persoonlijk beter: er wordt meer de nadruk gelegd op het rijden naar plaatsen in plaats van naar knooppunten, hoewel in West-Vlaanderen ook plaatsnaam-wegwijzers staan (alhoewel ik eens zou moeten kijken of die er nog steeds allemaal staan, want ik heb de indruk dat men deze piste aan het verlaten is). Naast bordjes worden in dat oude netwerk ook "paddestoelen" gebruikt en deze zijn heel wat mooier dan de bordjes en er staan ook afstanden op voor wie het niet allemaal zo goed vooraf uitgetekend heeft. Hopelijk haalt men deze paddestoelen niet weg want ik vind het toch echt geslaagd. Zeker in het Meerdaalwoud zou ik het beter gevonden hebben om het systeem zo te houden in plaats van de nummerbordjes die er nu geplaatst zijn. Samengevat is er vanaf 1 juli 2008 alleen nog geen geïntegreerd netwerk in Vlaams-Brabant rond of ten oosten van Brussel en in de Voerstreek. In Oost-Vlaanderen denk ik dat het netwerk compleet gaat zijn, hoewel ik me afvraag op welke kaart (Meetjesland of Waasland) Gent gaat staan. Sorry Oost-Vlamingen, de kaart Meetjesland is de enige die ik (nog) niet heb, wat niet wil zeggen dat ik er nog nooit gefietst heb, maar het is wel erg beperkt.
Ik heb al heel wat rondgefietst in Vlaanderen. Persoonlijk vind ik de Westhoek in West-Vlaanderen, Diksmuide - Houthulst - Ieper en het Heuvelland een voltreffer. Verder de Vlaamse Ardennen in Oost-Vlaanderen voor de sportieveling. Het Dijleland ten zuiden van Leuven met het prachtige Heverleebos en Meerdaalwoud, Huldenberg, ook wel voor de sportieveling, en Tervuren. Verder heeft de gemeente Zoutleeuw, dat zelfs een stad bleek te zijn, mij verrast. Limburg is ook prachtig, meer bepaald het zuiden van de provincie en het oosten Beringen - Leopoldsburg. Er is erg veel bos. De abdij van Averbode, maar ook andere abdijen zoals deze van Tongerlo, zijn een stop waard. Abdijen zijn, naast bos, iets wat mijn streek in West-Vlaanderen toch een beetje mist. Bijvoorbeeld waar ik op kot zit in Leuven staat het er vol mee. De hele as Leopoldsburg - Ham - Laakdal - Averbode - Aarschot - Holsbeek, met het kasteel van Horst - Leuven - Oud-Heverlee - Huldenberg - Tervuren is erg bosrijk wat zeer aangenaam fietsen is. De stad Antwerpen (en bijvoorbeeld Lier) vind ik erg mooie steden. Fietsen langs de Dijle, de Nete en de Rupel ten noorden van Mechelen is erg aangenaam.
Vóór de ontwikkeling van het fietsknooppuntennetwerk heb ik zelf fietstochten uitgestippeld. Hier vind je er één van. De tocht start in mijn thuisbasis Ingelmunster in West-Vlaanderen, maar het is eigenlijk niet nodig om daar te starten aangezien je dan een stuk dubbel fietst, namelijk het stuk langs het kanaal tussen Ingelmunster en Ooigem, hoewel de omgeving van het kanaal en de Mandel in Ingelmunster toch mooi is, met het kasteelpark, enkele kleine natuurreservaten de Mandelhoek en de Spoorwegberm (niet vrij toegankelijk) en met het bosje ten oosten van de dorpsbrug tussen het kanaal en de Mandel.